Denny Morrison en Justin Warsylewicz. Twee jonge Canadese schaatsers (1985). De ene vorig jaar een fantastisch
voorseizoen, maar ietwat tegenvallende Olympische Spelen. De andere in 2004
wereldkampioen allround bij de junioren vóór Sven Kramer, maar ook hij kreeg te
maken met een tegenvaller toen er in datzelfde jaar een hartkwaal bij hem werd
geconstateerd. Beiden echter ook winnaar van Olympisch zilver op de
ploegenachtervolging in Turijn. Een introductie is op zijn plaats.
Tekst: Jolanda Abbes
Jaren hebben de heren van het Canadese
allroundteam op internationaal niveau geen enkele rol van betekenis kunnen
spelen. Daar lijkt langzaam verandering in te komen. Onder leiding van Marcel
Lacroix, die ook Shani Davis onder zijn hoede heeft, wordt een jong team
klaargestoomd voor de Olympische Spelen van 2010 in Vancouver, waaronder de
twee talenten Denny Morrison en Justin Warsylewicz.
Medaillekandidaat
De bekendste van de twee is waarschijnlijk
Denny Morrison. Vorig jaar verraste hij vriend en vijand door tijdens de world
cups een enorme vooruitgang sinds het jaar daarvoor te tonen. Vooral de bronzen
medaille op de 1000 meter en de zilveren medaille op de 1500 meter tijdens de
world cup in Turijn leken erop te wijzen dat dit aanstormende talent een
serieuze kandidaat voor een Olympische medaille op de middellange afstanden zou
kunnen zijn.
Synchroonval
Misschien is Justin Warsylewicz (wiens
overgrootvader uit Polen kwam) op het moment in Nederland nog wel het meest
bekend door zijn synchroonval samen met Ivan Skobrev op de 5 kilometer tijdens
het afgelopen WK Allround in Calgary. Zonder dat ze elkaar hinderden, gingen ze
vrijwel gelijktijdig in dezelfde bocht onderuit. “Ik weet nog steeds niet wat
er gebeurde. Ik herinner me dat ik zag dat Skobrev onderuitging en dat ik er
niet eens zo heel erg van schrok. Maar toen ik vervolgens mijn voet neerzette,
schoot hij zo onder me vandaan. Het ging zo snel dat het voelde of ik op een
blokje was gaan staan. Dus ik denk dat ik toch werd afgeleid door de val van
Skobrev, waardoor ik mijn voet net verkeerd neerzette.”
Kunstschaatsen
Denny Morrison begon met schaatsen toen hij
drie was. “Ik was te jong voor ijshockey en mijn ouders wilden niet dat ik ging
kunstschaatsen. En een vriend van mijn ouders begon toen net een schaatsclub.” Tot
het seizoen 2002-2003 concentreerde hij zich zowel op shorttrack als op
langebaanschaatsen, maar daarna besloot hij om zich uitsluitend te gaan richten
op het langebaanschaatsen. “In het langebaanschaatsen gaat het om mij en de
race en het gaat veel minder om geluk of toeval. Hierdoor zijn de resultaten
duidelijk en zal de sterkste schaatser winnen en niet degene met de meeste
mazzel.”
Hartafwijking
Justin Warsylewicz begon met schaatsen toen
hij vier was. “Mijn vader deed aan hardlopen en fietsen in de zomer en wilde
iets anders doen in de winter. Hij ontdekte het schaatsen en heeft ons allebei
opgegeven. Ik deed toen nog allerlei andere sporten zoals zwemmen, voetbal en
honkbal.” Ondanks een veelbelovend begin van zijn schaatscarrière met als
hoogtepunt de eerste plaats op het WK voor junioren in 2004, leek er bijna een
vroegtijdig einde aan deze carrière te komen toen er tijdens een gewone
medische controle een hartafwijking werd geconstateerd. “In oktober 2004 kreeg
ik te horen dat ik het WPW-syndroom (Wolff-Parkinson-White Syndrome: aanvallen
van versnelde hartfrequentie, red.) had. Er waren helemaal geen symptomen dat
er iets mis zou kunnen zijn met mijn hart, dus dit kwam als een totale schok.
Ik werd door de teamarts onderzocht en hij hoorde dat er iets niet helemaal in
orde was. Na een paar tests bleek ik WPW te hebben. Ik ben toen twee keer
geopereerd om het probleem op te lossen, waardoor mijn training een paar
maanden moest worden aangepast, maar nu ben ik weer 100% gezond.” Ondanks deze
tegenslag ziet hij het positieve ervan in: “Natuurlijk was het een rottijd,
maar ik denk wel dat ik er veel van heb geleerd en dat ik er uiteindelijk een
beter mens en een betere schaatser van ben geworden.”

Er zit
nog meer in…
Aan het begin van het vorige seizoen deed
Denny Morrison ineens van zich spreken. Hij blikt tevreden terug. “Ik ben erg
tevreden, maar ik heb wel het gevoel dat er nog veel meer in zit. Ik
verpulverde alle doelen die ik had aan het begin van het seizoen, maar slaagde
er vervolgens niet in om de doelen te halen die ik voor de Olympische Spelen
had. En ik heb het seizoen fantastisch afgesloten met het WK Allround.” Tijdens
deze afsluiting van het seizoen werd Morrison vijfde in het algemeen klassement
en hij was de enige die op de 1500 meter nog enigszins in de buurt kon blijven
van Davis en Hedrick met een persoonlijk record van 1.42.97.
De meningen zijn verdeeld over de redenen voor
zijn toch wat tegenvallende resultaten op de Olympische Spelen. Was het
allemaal wat te veel, gezien zijn jonge leeftijd? Had hij zijn krachten
verspeeld tijdens de ploegenachtervolging? Zelf ziet hij het als volgt: “Er was
veel extra tijd voor de Olympische Spelen en toen ben ik alles gaan overanalyseren
en er te veel over gaan nadenken. Ik was veel te zelfverzekerd voor de 1000
meter en op dat moment verloor ik het schaatsgevoel dat ik het hele seizoen tot
dan toe had gehad. Ik begon weer als een junior te schaatsen. Ik was veel beter
tijdens de 1500 meter, maar misschien een beetje te ontspannen.” En over de
eventuele invloed van de ploegenachtervolging op zijn prestaties: “De
ploegenachtervolging was een goede warming-up voor de individuele afstanden,
maar het is waarschijnlijk wel een goed idee om het naar het eind van de
Olympische Spelen te verplaatsen, zodat niemand zich hoeft in te houden en het
ook niet als een excuus kan worden gebruikt."
Justin Warsylewicz blikt met gemengde
gevoelens terug op het afgelopen seizoen. Natuurlijk was hij een van de vijf
Canadese heren die een zilveren Olympische medaille won op de
ploegenachtervolging, wat altijd al een droom voor hem was, maar de individuele
afstanden kwamen niet echt uit de verf. “Ik heb het hele seizoen moeten
worstelen tijdens de world cups en toen viel ik ook nog op het WK Allround, dus
die delen van het seizoen waren ontzettend frustrerend.”
Vancouver
2010
Beide heren hebben echter veel vertrouwen in
de toekomst, zeker met het oog op de komende Olympische Spelen in hun eigen
land, in Vancouver. Het recente verleden heeft uitgewezen dat er absoluut
sprake kan zijn van een thuisvoordeel. Zo deden in 2002 Derek Parra en Casey
FitzRandolph er hun voordeel mee in Salt Lake City en had Enrico Fabris veel
succes in Turijn. Net als in Amerika wordt ook in Canada het schaatsen een
beetje vergeten als er geen Olympische Spelen zijn. Nu de Canadezen het zo goed
hebben gedaan in Turijn en de komende Olympische Spelen ook nog eens in eigen
land zijn, bestaat de kans dat de media en het publiek ook in de komende jaren
aandacht blijven houden voor de sport. Toch ziet Warsylewicz voor- en nadelen: “Natuurlijk
laat het verleden zien dat het sommige sporters enorm heeft gestimuleerd om in
hun eigen land goed te schaatsen en zal ons thuispubliek tijdens de Olympische
Spelen in Vancouver achter ons staan, maar de verwachtingen zullen ook enorm
hoog gespannen zijn, wat voor veel extra druk zorgt.”
Toch kunnen de Canadese heren natuurlijk niet
achterblijven na de Olympische successen van de dames en zullen ze proberen op
zijn minst een vervolg te geven aan hun eigen Olympische succes op de ploegenachtervolging. Deze successen hebben in Canada de aandacht gevestigd op het
schaatsen, wat alleen maar positief kan zijn voor de ontwikkeling van de sport.
Morrison: “Als de lat hoog wordt gelegd, gaan we allemaal hoger springen. Door
de successen is er meer aandacht, enthousiasme en steun voor onze sport in
Canada. Ik hoop dat dit het balletje aan het rollen brengt.”
Om er ook daadwerkelijk te staan over vier
jaar is het pad al uitgestippeld. Denny Morrison heeft met het oog op de
Olympische Spelen in Turijn zijn studie onderbroken, maar is in ieder geval van
plan af te s
tuderen voor hij stopt met schaatsen. “Ik wil de komende vier jaar
net zo met de sport bezig blijven als ik altijd heb gedaan. Ik heb er alle
vertrouwen in dat 2010 fantastische spelen voor me gaan worden. Natuurlijk kan
er van alles gebeuren en is het nog ver weg, maar ik ben zeker op de juiste
weg.” Hij wil zich blijven concentreren op de 1500 meter, maar samen met trainer
Lacroix is er een programma opgesteld waarin zijn specialisatie op de 1500
meter kan bijdragen aan alle aspecten van het schaatsen. Justin Warsylewicz is
juist meer een kilometervreter. Hij zal zich dan ook met name blijven concentreren
op de 5 en de 10 kilometer, maar hij zou zich ook graag wat meer willen richten
op de 1500 meter. Door zich ook te gaan concentreren op de kortere afstanden
hoopt hij zijn lange afstanden te verbeteren. “Op de korte termijn wil ik
vooral sneller gaan schaatsen en in de A-groep van de world cups komen en daar
ook blijven. Op de langere termijn wil ik op het podium terechtkomen tijdens de
world cups en de WK’s. Ik ben goed op weg naar Vancouver, vier jaar duurt nog
lang en er kan van alles gebeuren.” Lacroix: “Beiden zijn nog erg jong en ze
moeten hun techniek en strategieën blijven ontwikkelen. Het is belangrijk dat
ze zich niet alleen concentreren op hun sterke punten, maar dat ze ook blijven
werken aan de dingen waar ze minder goed in zijn. Bovendien moeten ze begrijpen
en accepteren dat ze nog heel hard moeten werken voor ze een Olympische
kampioen kunnen worden. Wat betreft Denny: ook al heeft hij het afgelopen
seizoen een enorme sprong gemaakt, hij zal nog hard moeten werken om een
complete schaatser te worden die continu op een hoog niveau kan presteren.”
Lacroix
Het is duidelijk dat Lacroix een belangrijke
persoon is op weg naar die Olympische Spelen in eigen land. Beiden geven aan
dat hij een grote rol heeft gespeeld in hun successen. Hij weet precies wanneer
zijn pupillen wel wat harder kunnen werken of het juist wat rustiger aan moeten
doen en bovendien slaagt hij erin ze niet alleen lichamelijk klaar te stomen
voor het grote werk, maar ook mentaal. Naast Lacroix is ook de aanwezigheid van
Shani Davis van grote waarde. Morrison: “Shani is een erg sterke schaatser en
een perfecte teamgenoot om mee te trainen. We zijn allebei competitief
ingesteld en drijven elkaar zo tot het uiterste.”
Idolen
Gevraagd naar hun grote voorbeelden houdt
Denny Morrison het wat dichter bij huis dan Justin Warsylewicz. “Ik denk dat je
van iedere schaatser in het world cup-circuit wat kunt leren, maar mijn
favorieten zijn Shani Davis vanwege zijn ritme, Arne Dankers omdat hij heel
goed zijn niveau kan vasthouden en Jeremy Wotherspoon vanwege zijn kracht.”
Warsylewicz: “Ik herinner me dat ik in 1994 en in 1998 Koss en Romme op de
Olympische Spelen zag rijden en totaal onder de indruk was. Ze zagen er zo
sterk uit.”
Hoogte-
en dieptepunten
Ondanks hun nog korte carrière kunnen Denny
Morrison en Justin Warsylewicz dus al terugblikken op enkele hoogte- en
dieptepunten. Voor beiden is het absolute hoogtepunt tot nu toe hun zilveren
Olympische medaille op de ploegenachtervolging in Turijn en Morrison voegt daar
nog zijn 1500 meter tijdens het WK Allround aan toe, toen hij derde werd na
Davis en Hedrick. “Door beide heb ik aan het succes geroken. En hoewel ik graag
mijn Olympische 1000 meter zo snel mogelijk zou willen vergeten, probeer ik die
juist wel in gedachten te houden en ervan te leren.” Warsylewicz: “Het enige
dat ik zo snel mogelijk wil vergeten is mijn val tijdens het WK Allround. Zodra
ik mezelf voelde vallen, schaamde ik me er al voor, want de schaatser in de
andere baan had nooit zo veel invloed op mijn rijden mogen hebben.”
Al met al is het een duo om rekening mee te
houden de komende jaren, zowel op de individuele afstanden als tijdens de
allroundtoernooien. Met name het afgelopen seizoen van Denny Morrison biedt
perspectief. Op de 1500 meter begon hij het vorige seizoen bijvoorbeeld met een
persoonlijk record van 1.46.83 en tijdens het WK Allround kwam hij ten slotte
uit op 1.42.97. Deze enorme vooruitgang van bijna vier seconden laat wel zien
dat de rek er voorlopig nog lang niet uit lijkt te zijn. “Ik wil mijn 1500
meter blijven verbeteren en ik geloof dat ik in staat moet zijn tot een opening
van 22.9 en daarna rondjes van 24.9, 25.9 en 26.9. Uiteindelijk.”
Persoonlijke records:
Denny Morrison
500 meter: 35.34
1000 meter: 1.08.03 (handgeklokt)
1500 meter: 1.42.97
5000 meter: 6.24.13
10.000 meter: 13.45.14
Justin Warsylewicz:
500 meter: 37.13
1000 meter: 1.10.88
1500 meter: 1.45.95
5000 meter: 6.20.04
10.000 meter: 13.28.21
Photo 1: Denny Morrison at Herenveen last March 2006
Credit: Erik van
Leeuwen
Photo 2: Justin Warsylewicz
Credit: Ann, fotoveertje.nl, sabdesigns.nl
Photo 3: Denny Morrison
Credit: Petra Abbes